Mestquota: de tragedie van de gemeenschappelijke weide

 

Bovenstaand ingezonden brief is een prachtig voorbeeld van de dynamiek van het archetype van “De tragedie van gemeenschappelijke weide”

De tragedie van de gemeenschappelijk weide beschrijft vanuit systeemdenken (Circulair Denken) een situatie waarbij individuele acties om bepaalde doelen te bereiken ten kosten gaan van het groter geheel en uiteindelijk aanleiding geven tot het helemaal niet bereiken van die individuele doelen.

In eerste instantie zijn er enkele boeren die een veestapel starten op een grote doch begrensde weide. Alle boeren kunnen hun veestapel laten groeien zonder rekening te houden met de veestapel van de ander. Als de groei doorzet zal op een bepaald moment de draagkracht van de weide tekort schieten om alle veestapels te dragen. Daardoor zullen veel dieren uiteindelijk omkomen van de honger. En de boeren hun inkomstenbron verliezen.

Een prachtig voorbeeld hoe dat de natuur dat uiteindelijk zelf regelt is te zien in bij de ontwikkeling van de grote grazers in de Oostvaarder plassen. Bij genoeg voedsel planten deze zich rustig voort. Zij doen echter niet aan geboorteplanning. Op een bepaald moment zal er in het gebied niet meer genoeg voedsel zijn voor alle grazers. Normaal zoeken in de natuur de grazers bij voedsel schaarste dan andere plekken op maar dat kan hier niet. Als daar geen beheer op wordt uitgeoefend zullen er op een bepaald moment zoveel grazers zijn dat de draagkracht van het begrensde gebied niet meer toereikend is en ook dan zullen veel grazers (vooral in de winter) doodgaan (met alle publiciteit van dien).

Nu is er op Europees niveau ook iets dergelijks aan de hand rondom de veestapel van de melkkoeien. Er is een plafond voor de mest afgesproken voor heel Nederland: dus een beperking van de “mest-draagkracht” van Nederland (mestquota). Door het vrij geven van de melkprijs en de grote vraag naar melk wilden individuele melkveehouders hun veestapel extra uitbreiden. Daarvoor zijn lokaal vergunningen verstrekt. Daarbij lijkt door de vergunning verstrekkers (en de melkveehouders) geen rekening gehouden met de mestquota zoals die binnen Nederland gelden. De consequenties voor de mestproductie van de som van alle vergunningen in lijkt niet meegenomen.

Door de vertragingen in de realisaties (bouwen van stallen en fokken van melkkoeien) duurt het even voordat het inzicht van het overschrijden van landelijke quota. Nu dat inzicht er wel is moeten ineens dramatische maatregelen getroffen worden als het uit de “productie” halen van melkkoeien. Het mechanisme is in figuur 1 weergegeven.

Figuur 1 de tragedie van de gemeenschappelijke weide voor mestquota

De bovenste is een vicieuze cirkel, in het huidig tijdsgewricht wil elke ondernemer blijven groeien: meer winst, meer koeien, meer melk meer winst, etc.  In de vicieuze cirkel zit de hierboven beschreven vertraging. De tegenhanger is de mest productie. Deze geeft een negatief neveneffect en is daarom aan een maximum gebonden. Maar die tegenhanger wordt door een andere partij in dit spel bewaakt (Europa). En ook daar is sprake van een vertraging. Pas als het saldo van het mestquotum negatief blijkt te zijn wordt er ingegrepen en dramatisch. Er worden koeien uit de melkproductie gehaald (de veestapel wordt verkleind). De vraag is nog, is dat bij die melkveehouders die juist extra hebben geïnvesteerd (en dus bijgedragen aan het negatieve saldo) of juist bij diegene die dat niet hebben gedaan (en niet hebben bijgedragen aan het negatieve saldo). De ingezonden brief geeft daarnaast aan de maatregelen van de overheid niet ten kosten lijken te gaan van de winst van de melkveehouders. Daarmee wordt een ander archetype zichtbaar (afschuiving van de last), maar daarover in een ander blog meer.

De moraal van het verhaal: zorg dat bij het verlenen van vergunningen voor uitbreiding van de veestapel rekening wordt gehouden met de gezamenlijke grenzen van mestquota. Het liefst met overleg tussen de melkveehouders. Daardoor zal extra vertraging ontstaan bij uitbreidingsplannen. Dat zal de groei in veestapel vertragen en uiteindelijke stabiliseren. Uiteindelijk zal het gaan als bij een (te) druk café tijdens de Oeteldonkse carnaval: er mogen pas weer mensen naar binnen als er eerst mensen uit zijn gegaan! Of, de ene veehouder mag pas uitbreiden als een andere veehouder de veestapel wat terugbrengt.

Heb je interesse gekregen in concrete toepassingen van Circulair Denken? Kijk dan is naar de andere voorbeelden op www.circulairdenken.nl  Denk je dat jouw organisatie met Circulair Denken geholpen kan worden neem dan contact met ondergetekende via:  http://www.circulairdenken.nl/contact/

Ton van Amelsfort